Innovatieve ideeen
1. Hoe kunnen de mestafzet kosten beperkt worden in de paardenhouderij?
Sinds de invoering van de mestwet hebben hippische ondernemers te kampen met de steeds hoger wordende mestafvoer kosten. Tijdens een studiegroep bijeenkomst van Paard(en)Kracht, heeft aantal ondernemers met elkaar de kosten van mestafvoer vergeleken. Paard(en)Kracht heeft CAH studenten tijdens de module “Innoveren” de vraag voorgelegd hoe deze mestafvoer kosten gereduceerd kunnen worden.
De volgende alternatieven zouden een oplossing kunnen zijn voor de afzet van mest:
- composteren
- waarde creatie door mest te scheiden
- gezamenlijke mestverwerking
Paardenmest kan goed gecomposteerd worden. De paardenhouder kan zelf een composthoop maken, waar na enkele maanden het eindproduct uit komt. Het compost wat overblijft, kan gebruikt worden in eigen tuin, voor hovenieren, volkstuinen, de agrarische sector of de consument (kleinverpakking). Eventueel kan de gecomposteerde mest ook nog worden aangemengd met grond oftewel potgrond.
Door de mest te scheiden is er een scheiding van vaste mest en stro. Het stro wordt gedroogd en kan gebruikt worden voor bodembedekking, bijvoorbeeld in ligboxen voor koeien. Van de mest kan compost worden gemaakt of gedroogd en verpakt worden. Om de mest af te zetten kan er een regeling getroffen worden met bijvoorbeeld Boerenbond winkels of tuincentra.
Ook kan gedacht worden aan gezamenlijke paardenmestverwerking. Dit houdt in dat de mest van de paardenhouders gebundeld wordt, zodat er meer mogelijkheden gecreeerd worden.
De studenten hebben onderstaande conclusies geformuleerd:
- Een wenselijke uitgangspositie is om meerwaarde aan paardenmest te geven, vraag creëren i.p.v. aanbod. Hierdoor de kosten ombuigen naar opbrengsten.
- Door het scheiden van mest komen er verschillende afzetkanalen naar voren, waardoor de mest voor concrete doeleinden gebruikt kan worden. Mest kan bijvoorbeeld gecomposteerd en gedroogd worden, het strooisel kan gedroogd worden en gebruikt als bodembedekking.
- De mest moet ingezameld worden op een centrale locatie, door deze mestbundeling zijn er meerdere afzet mogelijkheden.
2. Op welke manieren kan een hippische accommodatie beter ingepast worden in het landschap?
Doordat er steeds meer paardenbedrijven komen (agrariërs die omschakelen, particuliere paardenhouders die een professioneel bedrijf beginnen) treedt er meer verrommeling op van het landschap. Bijvoorbeeld door verlichting bij de buitenbak, een grote mesthoop, verschillende omheiningen etc. De studenten hielden zich bezig met het ontwerpen van ideeen over betere inpassing van hippische accommodaties in het landschap.
Een eerste stap om hippische accommodaties beter in het landschap te laten passen, is het in kaart brengen van klachten en wensen van zowel ondernemers als de gemeente en overheid. Als de klachten en gewenste toekomstbeelden duidelijk zijn, dan kan er een begin gemaakt worden met het aanpassen van de accommodaties.
Het verstrekken van subsidie aan hippische ondernemers om hun accommodatie aan te passen, zal drempelverlagend werken. Er zijn al enkele subsidies verkrijgbaar, alleen deze zijn in veel gevallen nog niet bekend bij de ondernemers. Hier zal verandering in moeten komen door bijvoorbeeld een campagne.
Als er meer bekendheid onder de ondernemers wordt gegeven aan het inpassen van hun accommodatie in het landschap, dan zien zij waarschijnlijk sneller de voordelen ervan in. Manieren waarop bekendheid gegeven kan worden zijn: beurzen, folders, excursies naar voorbeeldbedrijven, artikelen met luchtfoto’s, een website met adviezen en verkrijgbare subsidies, een documentaire van voorbeeldbedrijven en bedrijven die totaal niet in het landschap zijn ingepast etc.
Hippische ondernemers kunnen preventief overleg plegen met buren en gemeente om zo tot onderling begrip te komen. Er kan dan bijvoorbeeld gesproken worden over het gebruik van lichtmasten in de buitenbak tot een bepaald tijdstip ’s avonds.
Mocht het in de toekomst zover komen dat er richtlijnen worden opgesteld voor het uiterlijk van een accommodatie, dan kan dat meteen gekoppeld worden aan richtlijnen die het welzijn van paarden waarborgen. Als een accommodatie voldoet aan de richtlijnen, dan kan daar een keurmerk aan worden verbonden.
Tot slot kunnen accommodaties al door kleine aanpassingen een aantrekkelijker aanzicht krijgen, bijvoorbeeld door het planten van heggen om een longeerbak of het gebruiken van klimop tegen wanden.
![]() |
Aan de studenten werd gevraagd of zij ideeën hadden voor nevenactiviteiten die een hippische ondernemer kan ontplooien om meer inkomsten te genereren. De ideeën hoeven niet persé een relatie te hebben met paarden. Uiteraard zijn de ideeën die uitgevoerd kunnen worden afhankelijk van het te besteden budget en de accommodatie, vandaar dat de studenten kleine ideeën hebben bedacht (die makkelijk realiseerbaar zijn) en ideeën waarvoor geïnvesteerd moet worden.
Hieronder volgt een overzicht van ideeën die de studenten bedacht hebben:
- Trekpaarden verhuren aan de landbouw
- Champignons telen met behulp van paardenmest
- Delen van de accommodatie verhuren voor recepties, vergaderingen etc.
- Evenementen en veilingen organiseren
- Bedrijf openstellen voor excursies
- Paardenmest verkopen
- Bed and Breakfast voor ruiters en paarden
- Trailerstalling
- Bedrijfsuitjes organiseren
- Ruitervakanties organiseren, gasten kunnen een week op het bedrijf vakantie houden én meehelpen op het bedrijf
- Een evenement met een bepaald thema organiseren, bijvoorbeeld een westernspektakel
- Men- en huifkartochten organiseren
Al met al heel wat ideeen waar ondernemers hun huidige bedrijfsactiviteiten mee kunnen uitbreiden.
4. Op welke manieren kan regenwater worden opgevangen en hergebruikt op hippische accommodaties?
Regenwater is gratis en in Nederland in voldoende mate beschikbaar. Daarom luidt de grote vraag op welke manieren regenwater kan worden opgevangen en hergebruikt, zodat leidingwater bespaard kan blijven. Studenten gingen op zoek naar innovatieve ideeen op deze vraag.
Als er een drainage systeem in de buitenbak aanwezig is, dan kan het water wat hierin terecht komt weggepompt worden en in een reservoir opgeslagen. Het regenwater (oftewel hemelwater) wat op het dak terecht komt, kan door middel van regenpijpen opgeslagen worden in tonnen.
Dit opgeslagen water kan gebruikt worden als bluswater, water in een sproei-installatie om de bodem van de rijbaan nat te maken en in een hogedrukreiniger om stallen mee schoon te maken. Hier is wel een leidingnetwerk richting een reservoir voor nodig.
5. Hoe kan het welzijn van paarden verbeterd worden?
De paardensector moet van het Ministerie van LNV binnen een jaar met een plan van aanpak komen met ideeen hoe het welzijn van paarden verbeterd kan worden. Studenten van de opleiding Diergezondheidzorg gingen met deze vraag aan de slag.
Stalverrijking (bijvoorbeeld d.m.v. een voerbal, speelbal, liksteen etc) zo wordt verveling tegen gegaan en het is een manier op stereotype gedrag te voorkomen. Nadeel: aanschaf kost geld en het is moeilijk na te gaan of iedere paardeneigenaar zich hieraan houdt. Delen van de tussenwanden kunnen verlaagd worden of er kunnen tralies geplaatst worden, zodat paarden meer onderling contact hebben. In de (loop)stal kan ook een draaiborstel (net als de koeborstel) gehangen worden, zodat paarden hier gebruik van kunnen maken.
Controle op het gebied van welzijn uitvoeren, om zo steekproefsgewijs te onderzoeken hoe het met het welzijn op paardenbedrijven gesteld is. Deze controle kan ook door ‘undercover’ controleurs plaatsvinden. Aspecten die gecontroleerd kunnen worden zijn: pasvorm van het zadel, afmetingen stal, licht, lucht en luchtvochtigheid in de stal etc. Ook tijdens het transport van paarden moeten controles plaatsvinden: hoe is het gesteld met de bodem, is de ruimte groot genoeg?
Certificering voor stallen die bewust bezig zijn om het welzijn van hun paarden te verbeteren. Op deze manier wordt voor de klanten en buitenstaanders het onderscheid duidelijk welke stallen wel en niet bezig zijn met het welzijn van hun paarden. Voordeel voor de bedrijven is dat zij zich kunnen onderscheiden t.o.v. de concurrentie. Nadeel hiervan is dat het tijd en geld kost voor de ondernemers. Een handboek met protocollen moet ontwikkeld worden en controleurs moeten worden opgeleid. Er kan ook samenwerking gezocht worden met de FNRS, zodat zij in hun sterrensysteem ook het waarborgen van welzijn meenemen.
Voorbeeldbedrijven benoemen waar het zeer goed gesteld is met het waarborgen van het welzijn van paarden.
Voorlichting geven over huisvesting, training, vervoer en omgang met paarden. Bijvoorbeeld op hippische opleidingen, aan hippische ondernemers en andere paardeneigenaren. Ook niet-paardenmensen kunnen voorgelicht over de natuurlijke reacties van paarden op de weg: wat zijn de risico’s als je een paard tegen komt? Ook aan werknemers van de ANWB kan voorlichting gegeven worden over hoe zij moeten handelen als een paardentrailer/ vrachtwagen hulp nodig heeft.
Tot slot moet er onderzoek gedaan worden naar natuurlijk gedrag en de natuurlijke behoefte van het paard. Aan de hand van verschillende onderzoeken parameters opstellen om het welzijn van paarden te meten.
Het vaststellen van parameters:
Bij lichamelijke kenmerken kan een cijfer toegekend worden aan bijvoorbeeld de conditie, de vacht (is deze glad, glanzend, aangesloten), de aanwezigheid van lichamelijke gebreken, de voeding (verhouding ruwvoer en krachtvoer in vergelijking met het werk dat het paard moet verrichten), de huisvesting (hoeveel ruimte heeft het paard, hoe vaak staat het paard buiten enz).
Bij gedragskenmerken kan gekeken worden naar de soort oorbewegingen en hoeveel deze ongeveer gemaakt worden, het voorkomen van (beginnend) stereotype gedrag (zoals luchtzuigen, kribbebijten, schrapen, weven, enz), de hoeveelheid contact die een paard met andere paarden heeft (hierbij kan nog onderscheid gemaakt worden tussen elkaar alleen zien, of ook de mogelijkheid tot fysiek contact).
Per kenmerk kan een cijfer tussen 1 en 10 gegeven worden. Bij 10 is een specifiek kenmerk optimaal (ten gunste van het welzijn), bij 1 zeer slecht. De kenmerken zelf kunnen ook nog onderverdeeld worden. Zo kan één kenmerk belangrijker zijn voor een goed welzijn van het paard dan een ander kenmerk. Aan de hand van die gegevens kan bepaald worden hoe hoog het welzijn van het paard is. Dit is niet direct ter verbetering van het welzijn, maar geeft wel extra inzicht. Eventueel zou aangegeven kunnen worden (bijvoorbeeld per groep kenmerken) hoe hoog het cijfer minimaal zou moeten zijn.
Overige aandachtspunten zijn:
| Beschrijving | Positief | Negatief |
| Het paard moet elke dag in de wei/paddock | Bewegingsvrijheid, frisse lucht | Kost tijd om de paarden binnen/buiten te zetten |
| Beschutting in de wei | Bescherming tegen kou, regen en wind | Kosten |
| Afleiding in de stal (bal/ liksteen etc) | Gaat verveling tegen | Kosten |
| Mogelijkheid om 24 uur per dag voedsel tot zich te nemen | Goed voor het maag/darm stelsel, natuurlijk gedrag stimuleren | Kosten en tijd |
klein.jpg)